Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
…) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het kortgedingvonnis van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 8 augustus 2014, in de procedure met zaak-/rolnummer C/17/136201/KG ZA 14/229 te vernietigen met bijkomende veroordelingen."
grieven I tot en met IV, die zijn gericht tegen enkele feitenvaststellingen onder 2 van het bestreden vonnis, staan de volgende (hierna onder 1.1 tot en met 1.8 opgenomen) feiten tussen partijen vast. Daarbij merkt het hof nog op dat dat er geen rechtsregel is die de rechter verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt.
grieven V tot en met XXIIIleggen het geschil in volle omvang aan het hof voor, reden waarom het hof deze grieven zoveel mogelijk gezamenlijk zal bespreken. De centrale vraag in het onderhavige geschil is of er tussen [appellant] en [geïntimeerde] een huurovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de woning van [appellant], staande en gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats], inhoudende dat deze woning per 15 juli 2014 aan [geïntimeerde] wordt verhuurd tegen een huurprijs van in aanvang € 680,- per maand en waarbij [broer] borg staat voor de huurbetalingen en dat een borgsom van één maand huur wordt betaald. Gelet op de tussen partijen vaststaande feiten, gaat het hof ervan uit dat [broer] [geïntimeerde] in de onderhandelingen met [makelaar] heeft vertegenwoordigd. In dit verband is met name de positie van makelaar [makelaar] relevant.
.
wenden, over een andere boeg gaanbetekent. Redelijke uitleg daarvan brengt aldus mee dat [makelaar] daarmee heeft bedoeld dat [appellant] de andere kant op is gegaan. Aldus moet [appellant] eerst akkoord zijn geweest met verhuur aan [geïntimeerde] om daarvan naderhand weer vanaf te zien (dit blijkt ook uit voormeld e-mailbericht van mr. Korvemaker van 18 juli 2014).
Grief XIIis niet gericht tegen voormelde zin uit het e-mailbericht van 15 juli 2014 van [makelaar] aan [broer] en is derhalve niet relevant.
grieven XIX en XXongegrond.
grief XXIII, die gekeerd is tegen de proceskostenveroordeling van [appellant], ongegrond. Dit betekent dat alle grieven ongegrond zijn en dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep (tarief II, 1 punt).