ECLI:NL:GHARL:2014:7400
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Schuldenaar, een alleenstaande vrouw en voormalig ondernemer, verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder grote bedragen aan de Belastingdienst en het CJIB. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij onvoldoende aannemelijk achtte dat schuldenaar te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep stelde schuldenaar dat zij wegens ziekte de bedrijfsvoering had overgelaten aan haar toenmalige partner, die haar had misleid en de administratie niet correct had bijgehouden. Zij voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de omvang van de schulden en dat zij te goeder trouw was. Het hof oordeelde echter dat schuldenaar als ondernemer de verplichting had om een deugdelijke administratie te voeren en toezicht te houden op de fiscale verplichtingen, wat zij niet had gedaan.
Ook de schuld aan het CJIB, ontstaan door boetes voor een onverzekerde en niet-gekeurde bedrijfsauto, werd haar toegerekend omdat de auto op haar naam stond en zij daarvoor verantwoordelijk bleef. Het hof vond dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij de omstandigheden die tot de schulden leidden voldoende onder controle had gekregen en wees het beroep op de hardheidsclausule af.
Het hoger beroep faalde en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afwijst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afwijst wegens het ontbreken van goede trouw.