Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak bevestigt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de zorgregeling en alimentatieverplichtingen die eerder door de rechtbank waren vastgesteld na de echtscheiding van partijen. De vrouw was in hoger beroep gekomen tegen diverse onderdelen van deze beschikking, waaronder de zorgregeling voor het gezamenlijke kind, de hoogte van de kinderalimentatie en partneralimentatie, en de draagkracht van de man.
Het hof oordeelt dat de huidige zorgregeling het belang van het kind het beste dient en wijst de verzoeken van de vrouw tot wijziging af. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op het niveau dat de rechtbank eerder had bepaald, en de partneralimentatie wordt bevestigd op het door de rechtbank vastgestelde bedrag, met een termijn van vijf jaar waarna deze op nihil wordt gesteld. De vrouw kon onvoldoende aannemelijk maken dat zij blijvend arbeidsongeschikt is en dus recht heeft op een langere alimentatieperiode.
Daarnaast concludeert het hof dat de vrouw misbruik heeft gemaakt van haar procesrecht door hoger beroep aan te tekenen tegen de echtscheidingsbeschikking met het doel de alimentatieverplichting van de man te verlengen. Daarom wordt de ingangsdatum van de alimentatiebetaling vastgesteld op de datum waarop het hof de echtscheiding bekrachtigde. De proceskosten worden gecompenseerd omdat het hier een procedure tussen ex-echtgenoten betreft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling en alimentatieverplichtingen en stelt vast dat de vrouw misbruik van procesrecht heeft gemaakt, waardoor de alimentatiebetaling ingaat op 17 april 2014 en na vijf jaar op nihil wordt gesteld.