Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond centraal of het ontslag op staande voet wegens verduistering van een contant bedrag terecht was gegeven. De werkgever moest bewijzen dat de werknemer alleen toegang had tot de geldkluis waarin het bedrag was bewaard, maar slaagde hier niet in. Getuigenverklaringen wezen uit dat meerdere personen toegang hadden tot de sleutelkluis waar de geldkluissleutels werden bewaard.
De werknemer verklaarde consistent dat hij de sleutels nooit mee naar huis nam en dat anderen ook toegang hadden. Het hof oordeelde daarom dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd was en bevestigde de eerdere beslissing dat het ontslag nietig was en dat doorbetaling van loon vanaf de ziekmelding diende plaats te vinden.
Daarnaast was er een geschil over de vergoeding van overwerk. De werknemer had uren geregistreerd die de werkgever deels niet erkende. Het hof vond de urenregistratie van de werknemer onder de gegeven omstandigheden betrouwbaar en wees de vordering tot betaling van overwerk gedeeltelijk toe, waarbij het toegewezen bedrag werd verhoogd. De wettelijke verhoging over de overwerkvergoeding werd gematigd tot 25% vanwege de lange duur en het late tijdstip van de vordering.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het bedrag van de overwerkvergoeding was vastgesteld en deed opnieuw recht. De overige beslissingen werden bekrachtigd. De werkgever werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd; overwerkvergoeding verhoogd toegekend met wettelijke verhoging van 25%.