Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ondernemer had bij de rechtbank verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn geweest bij het ontstaan van haar schulden. De rechtbank vond het onbegrijpelijk dat zij niet eerder haar onderneming had beëindigd ondanks teruglopende inkomsten en onverantwoorde schulden.
In hoger beroep heeft de ondernemer aangevoerd dat zij zakelijke schulden heeft voldaan met privé-opnames en dat de verhoging van de lening door de bank een teken was van vertrouwen. Het hof oordeelt dat de verhoging van de lening buiten beschouwing blijft omdat deze meer dan vijf jaar voor het verzoek is aangegaan.
Het hof acht bewezen dat de ondernemer vanaf 2008/2009 verschillende maatregelen heeft genomen om haar onderneming te verbeteren, zoals verhuizing naar een goedkoper pand en verkoop op de Utrechtse Bazaar. Zij heeft haar onderneming uiteindelijk in 2012 beëindigd op advies van de Kamer van Koophandel en ontvangt schuldhulpverlening. Het hof concludeert dat zij heeft gedaan wat van een redelijk handelend ondernemer mag worden verwacht en verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing.
Uitkomst: De ondernemer wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling na vernietiging van het vonnis van de rechtbank.