Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z]
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Ontvanger)
1.Ontstaan en loop van het geding
mr. ing. [C]. Van de zijde van belanghebbende is, met kennisgeving aan het Hof, niemand verschenen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, middellijk bestuurder van Vastgoed BV, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2011 en het eerste kwartaal van 2012 ter hoogte van €331.092. Tegen deze beschikking diende hij bezwaar in, dat door de ontvanger niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep betwistte belanghebbende de niet-ontvankelijkheid en stelde dat hij het bezwaar tijdig per post had verzonden. Het hof oordeelde dat de bezwaartermijn was verstreken op 18 december 2012, terwijl het bezwaarschrift pas op 15 januari 2013 per e-mail werd ontvangen.
Belanghebbende overwoog dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing was, maar het hof verwierp dit op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad. De enkele schriftelijke verklaringen van belanghebbende en zijn partner waren onvoldoende om tijdige verzending aannemelijk te maken. Het bewijsaanbod om telefoongegevens te overleggen werd in eerste aanleg onbehandeld gelaten en niet herhaald in hoger beroep.
Het hof concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.