ECLI:NL:GHARL:2014:6408
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Beversluis
- I.A. Vermeulen
- D. van Emden
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg minderjarige
Het geschil betreft de voorlopige machtigingen tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten jeugdzorgvoorziening, verleend door de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland. De minderjarige, geboren in 1997, vertoonde ernstige gedragsproblemen, schoolverzuim, politiecontacten en softdrugsgebruik. Ambulante hulpverlening had onvoldoende effect.
De Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg (BJZ) verzochten de machtigingen op grond van de Wet op de jeugdzorg. De minderjarige ging in hoger beroep tegen deze machtigingen en voerde aan dat gesloten plaatsing niet noodzakelijk was en dat hij zelf initiatieven had genomen voor hulpverlening. BJZ handhaafde haar standpunt dat gesloten plaatsing noodzakelijk was ter bescherming en behandeling.
Het hof overweegt dat de kinderrechter terecht heeft geoordeeld dat de machtigingen noodzakelijk waren vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren. Ondanks het verzet van de minderjarige en zijn ouders, die geen contact met hem hebben, acht het hof de gesloten plaatsing gerechtvaardigd en bekrachtigt de bestreden beschikkingen. Het hof uit tevens haar zorg over het ontbreken van contact met de minderjarige en hoopt dat hij alsnog in gesprek zal gaan met BJZ voor passende ondersteuning.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voorlopige machtigingen tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg voor de bestreden periode.