Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 40,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2002 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding is de zorgverdeling en kinderalimentatie door de rechtbank vastgesteld. De man is in hoger beroep gekomen tegen de omgangsregeling, draagkrachtberekening en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De vrouw is incidenteel in hoger beroep gegaan met betrekking tot de omgangsregeling en de bonus van de man.
Tijdens de procedure is overeenstemming bereikt over de zorg- en opvoedingstaken, waardoor enkele grieven komen te vervallen. De vrouw heeft haar verzoek om bijdrage in haar levensonderhoud ingetrokken. Het hof heeft de draagkracht van partijen berekend aan de hand van het netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met niet vermijdbare lasten zoals dubbele woonlasten, en heeft de behoefte van de kinderen vastgesteld volgens de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen.
De man ontvangt een bonus die als zodanig wordt aangemerkt en niet wordt gecompenseerd als kostenvergoeding. De draagkracht van de vrouw blijft gebaseerd op haar WW-uitkering, omdat een hoger inkomen niet aannemelijk is gemaakt. De zorgkorting is vastgesteld op 35% vanwege de gemiddelde zorg van drie dagen per week door de man. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt een nieuwe alimentatiebijdrage van €196,50 per kind per maand voor 2013 en €179,- per kind per maand voor 2014, met ingang van 11 september 2013 respectievelijk 1 januari 2014.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €196,50 per kind per maand voor 2013 en €179,- per kind per maand voor 2014 met een zorgkorting van 35%, en bevestigt het zorgschema.