Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
belanghebbende in hoger beroep, verder te noemen: [belanghebbende],
1.Het geding in eerste aanleg
Deze brief kunt u beschouwen als een voor hoger beroep vatbare beschikking.”.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een verzoek van een bewindvoerder om gemachtigd te worden tot het optreden in hoger beroep en om toestemming te krijgen voor het maken van noodzakelijke extra bewindskosten, waaronder advocaatkosten en griffierecht. De procedure betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder had afgewezen.
De kantonrechter had het verzoek tot machtiging afgewezen, maar het hof oordeelt dat het verzoek niet kan worden gebaseerd op artikel 1:443 of Pro 1:441 BW, omdat het verzoek van de rechthebbende zelf komt en niet door de bewindvoerder wordt gedaan. Wel is er een grondslag in de artikelen 1:445 lid 4 juncto 1:358 lid 1 BW en artikel 1:447 BW Pro, die betrekking hebben op de kosten en beloning van de bewindvoerder.
Het hof stelt vast dat de extra werkzaamheden en kosten voortvloeiend uit de ontslagprocedure als extra werkzaamheden en hogere kosten moeten worden beschouwd. Het hof begroot de extra benodigde tijd op 6 uur voor de bewindvoerder en 5 uur voor de advocaat. Het hof verleent vooraf machtiging en goedkeuring voor deze kosten en wijst het overige verzoek af.
De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd en vervangen door deze beschikking van het hof, die de bewindvoerder machtigt tot het optreden in hoger beroep en het maken van de extra kosten.
Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerder machtiging tot optreden in hoger beroep en goedkeuring voor extra kosten.