ECLI:NL:GHARL:2014:5317
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- J. van de Merwe
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake binnenlandse belastingplicht en woonplaats in Nederland
Belanghebbende werd voor de jaren 2009, 2010 en 2011 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen. De Inspecteur legde ook heffingsrente en verzuimboetes op, waarvan de boetes later werden vernietigd. Belanghebbende betwistte zijn binnenlandse belastingplicht en woonplaats in Nederland.
Het hof stelde vast dat belanghebbende sinds 2007 onafgebroken in Nederland verbleef, ingeschreven stond in de gemeentelijke basisadministratie op een adres in Nederland, bankrekeningen had in Nederland en directeur was van een in Nederland statutair gevestigde vennootschap. Het langdurige verblijf en persoonlijke banden wezen op woonplaats Nederland. De reden van het verblijf was niet relevant.
Ook op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Portugal werd het middelpunt van levensbelangen in Nederland vastgesteld. De bewijslast lag bij de Inspecteur, die aannemelijk maakte dat belanghebbende in Nederland woonde. Belanghebbende slaagde er niet in het tegendeel overtuigend aan te tonen, mede door het niet indienen van aangiften. De aanslagen waren redelijk geschat en de heffingsrente terecht opgelegd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente worden gehandhaafd.