Uitspraak
[verzoeker 1],
[verzoeker 2],
1.[de man],
de man,
de moeder,
[de pleegouders van verzoeker 1],
4. Bureau Jeugdzorg Groningen,
BJZ Groningen,
5. Bureau Jeugdzorg Overijssel,
BJZ Overijssel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de erkenning van twee minderjarige kinderen door de man, die niet hun biologische vader is, vernietigd moest worden. De bijzondere curator, benoemd ter behartiging van de belangen van de kinderen, had in eerste aanleg een voorwaardelijk verzoek tot vernietiging van de erkenning ingediend, maar wijzigde dit in hoger beroep en verzocht de erkenning in stand te laten. Het hof oordeelde dat de bijzondere curator zelfstandig moet toetsen of het belang van het kind gediend is met het indienen van een dergelijk verzoek.
De kinderen zijn sinds 2012 onder toezicht gesteld en wonen deels bij pleegouders en deels bij de moeder. De man heeft de kinderen in 2008 erkend, ondanks dat de relatie met de moeder toen al voorbij was. Hij heeft jarenlang voor hen gezorgd en is juridisch vader geworden. Het hof nam mee dat de familierechtelijke betrekking tussen de man en de kinderen van belang is en dat de kinderen, vooral [verzoeker 1], inmiddels ook zelf de erkenning willen handhaven.
Hoewel [verzoeker 2] nog vernietiging wenst, acht het hof dit niet in het belang van de kinderen, mede gelet op hun onderlinge band en de onzekerheid over de authenticiteit van haar wens. Het hof besloot dat de erkenning in stand blijft en vernietigde de beschikking van de rechtbank die de erkenning had vernietigd. De belangen van de kinderen staan voorop, waarbij ook de wens van de bijzondere curator, de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg werden meegewogen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het gewijzigde verzoek van de bijzondere curator toe om de erkenning van de kinderen in stand te laten.