Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De geschilpunten
De motivering van de beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk van partijen is in 2008 ontbonden en zij maakten afspraken over alimentatie, vastgelegd in een convenant en bekrachtigd door de rechtbank. De man verzocht om wijziging van de alimentatie vanwege een daling van zijn salaris en slechtere bedrijfsresultaten sinds 2007, onder meer door de economische crisis en zakelijke beslissingen zoals de aanschaf van een bedrijfspand.
De vrouw betwistte deze stellingen en stelde dat de man bewust keuzes had gemaakt die zijn inkomen beïnvloedden en dat er geen sprake was van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Het hof overwoog dat partijen bewust van de wettelijke maatstaven waren afgeweken en dat de man een zwaardere bewijslast droeg om wijziging te rechtvaardigen.
Het hof concludeerde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn inkomen zodanig was gedaald dat wijziging van de alimentatie gerechtvaardigd was. De bedrijfsresultaten waren stabiel en de door de man gemaakte keuzes, zoals de aanschaf van het pand en pensioendotaties, konden niet redelijkerwijs op de vrouw worden afgewenteld. De beschikking van de rechtbank werd dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijzigt de alimentatieverplichting niet.