Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
verder gezamenlijk te noemen: de kinderen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders hebben bij de kinderrechter verzocht om de stichting die de ondertoezichtstelling uitvoert te vervangen door een andere stichting. De kinderrechter verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat de wet geen bevoegdheid aan de rechter geeft om een dergelijke vervanging te gelasten.
In hoger beroep hebben de ouders zes grieven aangevoerd tegen deze beslissing en verzocht het hof de beschikking te vernietigen en alsnog hun verzoek toe te wijzen. De stichting verzocht het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren of af te wijzen.
Het hof overweegt dat de huidige wetgeving bepaalt dat het bureau jeugdzorg verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling en dat het bureau deze uitvoering kan mandateren aan een stichting. De kinderrechter is niet bevoegd om deze stichting te vervangen. Wel bestaan er andere toetsingsmogelijkheden, zoals het verzoek tot vervanging van de stichting in een andere provincie of het indienen van klachten bij een onafhankelijke klachtencommissie.
De klachten van de ouders over de gezinsvoogd zijn reeds behandeld en leidden tot vervanging van de gezinsvoogd. Het verzoek tot vervanging van de stichting ontbeert een wettelijke grondslag en is daarom niet-ontvankelijk. Het hof vernietigt de beschikking van de kinderrechter en verklaart de ouders opnieuw niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Uitkomst: Ouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot vervanging van de stichting die de ondertoezichtstelling uitvoert.