Uitspraak
[appellante],
Stichting C.U.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het hoger beroep centraal van een werkneemster tegen haar ontslag op staande voet wegens vermeende diefstal van verbandmiddelen. Het gerechtshof heeft het tussenarrest van 8 oktober 2013 overgenomen en een getuigenverhoor gehouden.
De werkneemster stelde dat zij geen verbandmiddelen had gestolen, maar deze alleen uit een verbanddoos had gepakt en op een tafel had gelegd om een bewoonster te verzorgen. De zorgcoördinator verklaarde dat het onlogisch was dat de verbanddoos achter een stoel stond, wat de werkneemster had betoogd.
Het hof analyseerde de opnamen van het incident en concludeerde dat de handelingen van de werkneemster niet overeenkwamen met haar verklaring. Zij zag geen aanwijzingen dat de werkneemster verbandmiddelen op de tafel legde, en de verklaring van de zorgcoördinator droeg niet bij aan het tegenbewijs.
Het hof oordeelde dat de werkneemster niet was geslaagd in het leveren van tegenbewijs tegen de diefstal die aan het ontslag ten grondslag lag. Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en werd de werkneemster veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag op staande voet wegens diefstal en wijst het hoger beroep van de werkneemster af.