ECLI:NL:GHARL:2014:3478
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen in deplorabele toestand
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld van [appellante] tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen. De kinderen werden in een deplorabele toestand aangetroffen, waarbij hun zedelijke, geestelijke belangen en gezondheid ernstig werden bedreigd.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek tot ondertoezichtstelling, mede op grond van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Het hof stelde vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden en niet in Slowakije, ondanks de stellingen van [appellante]. Daarnaast was sprake van een spoedeisend geval dat acuut ingrijpen vereiste.
Het hof verwierp het verweer van [appellante] dat vrijwillige hulpverlening toereikend zou zijn en dat de Nederlandse standaard onterecht als maatstaf werd gehanteerd. Het hof vond professionele en deskundige hulp dringend noodzakelijk. Gezien de ernst van de situatie en het ontbreken van voldoende affectieve gehechtheid tussen de kinderen en [appellante], werd de ondertoezichtstelling bekrachtigd.
De beschikking van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de ondertoezichtstelling bleef van kracht, met het oog op het waarborgen van de veiligheid, verzorging en ontwikkeling van de minderjarigen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de vier minderjarige kinderen wordt bekrachtigd door het hof wegens de ernstige bedreiging van hun welzijn.