Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
[verdachte],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Voorwaardelijk verzoek
Het vonnis waarvan beroep
- De door verdachte gegeven lezing van deze gebeurtenissen, waarin essentieel is de stelling dat het slachtoffer verdachte - direct voorafgaand aan het door verdachte steken met een mes - heeft geslagen en daarna dreigend een mes heeft getoond, wordt noch door forensisch bewijs noch door verklaringen van getuigen ondersteund. Uit de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2], die vrijwel onmiddellijk na het neersteken van het slachtoffer ter plaatse komen en ook verdachte daar aantreffen, blijkt niet dat verdachte reeds op dat moment aangaf te hebben gehandeld in reactie op een (dreigende) aanval van het slachtoffer met een mes.
- Bij het slachtoffer zijn op de handen en de linker ellenboog letsels aangetroffen die kunnen worden verklaard als zijnde opgelopen in het kader van het afweren van een scherprandig voorwerp zoals het door verdachte gehanteerde mes.
- Ook overigens bevat het dossier geen aanknopingspunten op basis waarvan het hof de lezing van verdachte dat het slachtoffer tijdens een confrontatie met verdachte als eerste een mes ter hand zou hebben genomen, aannemelijk moet achten.