Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de rechthebbende,
de stichting,
de curator.
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.De motivering van de beslissing
Het geschil ten gronde
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De rechtbank Midden-Nederland stelde de rechthebbende onder curatele op verzoek van de William Schrikker Stichting wegens een geestelijke stoornis die zijn vermogen en verzorging ernstig belemmert. De rechthebbende ging hiertegen in hoger beroep en verzocht vernietiging van de beschikking.
Het hof overwoog dat de procedurele klachten over het niet horen in eerste aanleg niet tot inhoudelijke beoordeling leiden, omdat het hoger beroep deze gebreken kan herstellen. De kern van het geschil betrof de vraag of de gronden voor ondercuratelestelling, zoals bedoeld in artikel 1:378 lid 1 onder Pro a BW, aanwezig zijn.
Uit de stukken en ter zitting bleek dat de rechthebbende een lichte verstandelijke beperking en een stoornis in het autistisch spectrum heeft, met bijkomende psychische problemen. Hij is niet in staat voor zichzelf te zorgen, heeft een verstoord dagritme, verwaarloost zichzelf en zijn financiën, en heeft een onrealistisch toekomstbeeld. De hulpverlening heeft onvoldoende effect gehad.
Het hof achtte de ondercuratelestelling passend en noodzakelijk om zowel vermogensrechtelijke als verzorgingsbelangen te beschermen. Een lichtere maatregel zoals mentorschap werd afgewezen vanwege onvoldoende bescherming. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling van de rechthebbende wegens zijn geestelijke stoornis en onvermogen tot behoorlijke belangenbehartiging.