ECLI:NL:GHARL:2013:CA3373

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
200.115.579
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 2 FaillissementswetArt. 29 FaillissementswetArtikel CIII Wet herziening gerechtelijke kaart
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing procedure wegens faillissement en ontslag van instantie in reconventie

In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 mei 2013 uitspraak gedaan over een hoger beroep waarin de procedure in conventie geschorst werd vanwege het faillissement van appellante. De procedure in conventie betreft een vordering van geïntimeerde tegen appellante uit de faillissementsboedel.

Appellante is op 12 maart 2013 failliet verklaard, waardoor de procedure in conventie op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro is geschorst. De curator heeft geen gevolg gegeven aan de oproeping tot overneming van het geding. Geïntimeerde heeft daarom ontslag van instantie gevraagd voor de procedure in reconventie, hetgeen het hof toewijst op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro.

Het hof weegt het belang van geïntimeerde, die bij voortzetting van de procedure proceskosten niet kan verhalen indien zij in het gelijk wordt gesteld, zwaarder dan het belang van appellante bij een beslissing in de hoofdzaak. Omdat nog geen eindarrest wordt gewezen, blijft de beslissing over proceskosten aangehouden. Het hof houdt verder iedere beslissing aan.

Uitkomst: Procedure in conventie geschorst wegens faillissement en ontslag van instantie verleend in reconventie.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.115.579
(zaaknummer rechtbank Arnhem, sector civiel recht, 209136)
arrest van de derde kamer van 28 mei 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[appellant] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
hierna: [eiser],
advocaat: aanvankelijk mr. A.A.S. Smulders,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[geïntimeerde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna: [gedaagde],
advocaat: mr. E. Nijhoff.
1. Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
9 februari 2011, 10 augustus 2011 en 13 juni 2012 die de rechtbank Arnhem tussen [eiser] als gedaagde in conventie/eiseres in reconventie en [gedaagde] als eiseres in conventie/verweerster in reconventie heeft gewezen.
2. Het geding in hoger beroep
2.1 [eiser] heeft bij exploot van 7 september 2012 [gedaagde] aangezegd van die vonnissen in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [gedaagde] voor dit hof.
2.2 Op de roldatum 30 oktober 2012 heeft de advocaat van [eiser] de zaak geïntroduceerd en heeft de advocaat van [gedaagde] zich als haar procesvertegenwoordiger gesteld.
2.3 Nadat de zaak enkele malen ambtshalve was aangehouden, heeft [gedaagde] [eiser] peremptoir gesteld tegen de roldatum 19 maart 2013 en, voor het geval op die datum geen memorie van grieven zou worden genomen, akte niet-dienen aangezegd tegen de roldatum
2 april 2013.
2.4 Op de roldatum 2 april 2013 is geen memorie van grieven genomen. [eiser] heeft akte gevraagd van haar faillietverklaring bij vonnis van de Rechtbank Oost-Nederland van
12 maart 2013 en van het feit dat de procedure in conventie daardoor is geschorst. Zij heeft voorts verklaard dat de procedure in reconventie doorloopt en dat de curator die procedure niet overneemt. Ten aanzien van de procedure in reconventie is aan [gedaagde], zoals door haar verzocht, akte niet-dienen verleend.
2.5 Op de roldatum 16 april 2013 heeft [gedaagde] ontslag van de instantie gevraagd wat betreft de procedure in reconventie en heeft de advocaat van [eiser] bericht zich aan de zaak te willen onttrekken en daarvan mededeling te hebben gedaan aan [eiser] en haar te hebben gewezen op de gevolgen.
2.6 Op de roldatum 7 mei 2013 heeft zich geen procesvertegenwoordiger voor [eiser] gesteld.
2.7 Ten slotte heeft het hof arrest bepaald op het griffiedossier.
2.8 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze vóór 1 januari 2013 bij het gerechtshof Arnhem aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.
3. De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 De procedure in conventie, die een vordering van [gedaagde] tegen [eiser] uit de boedel betreft, is geschorst op grond van artikel 29 van Pro de Faillissementswet.
3.2 Uit het voorgaande blijkt voldoende dat [eiser] in staat van faillissement is verklaard. Aangezien de curator in dit faillissement geen gevolg heeft gegeven aan de oproeping tot overneming van het geding, is de vordering van [gedaagde] tot ontslag van de instantie, waartegen geen verweer is gevoerd, op grond van artikel 27 lid 2 van Pro de Faillissementswet toewijsbaar voor zover het de procedure in reconventie betreft. Het belang van [gedaagde], dat hierin bestaat dat zij bij voortzetting van de procedure proceskosten niet zal kunnen verhalen indien zij in het gelijk wordt gesteld, weegt zwaarder dan het belang van [eiser] bij het verkrijgen van een beslissing in de hoofdzaak.
3.3 Nu nog geen eindarrest zal worden gewezen, zal het hof de beslissing over de proceskosten aanhouden.
4. De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verstaat dat de procedure tussen [eiser] en [gedaagde] in conventie is geschorst;
ontslaat [gedaagde] wat de procedure in reconventie betreft van de instantie;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. I.A. Katz-Soeterboek, H. van Loo en M.F.J.N. van Osch en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2013.