ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9249
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof bekrachtigt benoeming zoon als tweede bewindvoerder over vermogen vader
De dochter maakte bezwaar tegen de benoeming van haar broer als tweede bewindvoerder over het vermogen van hun vader. Het hof achtte het noodzakelijk de vader (rechthebbende) te horen, die verklaarde zichzelf nog in staat te achten zijn financiën te beheren, maar dit oordeel werd door het hof verworpen vanwege zijn toestand.
De zoon had in het verleden aanzienlijke bedragen van zijn ouders geleend voor een onderneming die verliesgevend bleek, maar het hof vond dat de dochter onvoldoende bewijs had geleverd dat de zoon met opzet het familiekapitaal aanzienlijk had doen slinken. Tevens waren de ouders vrij om hun geld te besteden zoals zij wilden toen de transacties plaatsvonden.
Omdat gegronde redenen zich verzetten tegen het volgen van de voorkeur van de rechthebbende, werd de echtgenote als eerste bewindvoerder benoemd. Partijen waren het eens over de noodzaak van een tweede bewindvoerder, maar niet over wie dat moest zijn. Het hof vond geen bezwaren tegen de benoeming van de zoon als tweede bewindvoerder en wees het bezwaar van de dochter af. De beschikking tot benoeming van de zoon werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de zoon als tweede bewindvoerder en wijst het bezwaar van de dochter af.