ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8624
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering en bewijs van ontvangst aanmaning in civiele procedure
In deze civiele zaak vordert geïntimeerde betaling van openstaande facturen uit 2003 van appellant. Appellant betwist de vordering onder meer wegens verjaring en stelt dat een aanmaning van 4 augustus 2006 niet is ontvangen.
Het hof overweegt dat mondelinge aanmaningen de verjaring niet stuiten en dat de eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de schriftelijke aanmaning van 4 augustus 2006 daadwerkelijk is ontvangen. De enkele stelling dat de brief is verzonden volstaat niet om ontvangst aan te nemen.
Omdat de vordering niet is gestuit en meer dan vijf jaar zijn verstreken tussen de laatste aanmaning en de dagvaarding in 2011, is de vordering verjaard. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering af, waarbij geïntimeerde in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens verjaring omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat de aanmaning is ontvangen.