ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7786
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsuitkering en toepassing indemniteitsbeginsel bij diefstal taxi met BPM-teruggave
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de verzekerde aanspraak kon maken op een verzekeringsuitkering van de dagwaarde van een gestolen taxi, waarbij de dagwaarde was gebaseerd op de nieuwwaarde inclusief BPM. De verzekeraar stelde dat vergoeding van BPM in strijd was met het indemniteitsbeginsel, omdat de verzekerde de BPM via een fiscale regeling had terugontvangen.
Het hof stelde vast dat de nieuwwaarde van een auto mede wordt bepaald door de BPM, en dat het feit dat de verzekerde de BPM terugontving niet automatisch betekent dat hij geen aanspraak kan maken op vergoeding inclusief BPM-component. Cruciaal was dat de verzekerde zijn taxionderneming had beëindigd en daardoor niet meer voldeed aan de voorwaarden voor BPM-teruggave bij aanschaf van een vervangende auto.
De verzekeraar kon niet aantonen dat de BPM over de vervangende auto terugontvangen zou worden, waardoor vergoeding inclusief BPM niet tot een duidelijk voordelige positie van de verzekerde leidt. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en veroordeelde de verzekeraar tot betaling van €17.903,- plus wettelijke rente vanaf 16 oktober 2009. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De verzekeraar is veroordeeld tot betaling van €17.903,- plus wettelijke rente wegens vergoeding van dagwaarde inclusief BPM.