ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7128
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- A.W. Steeg
- P.H. van Ginkel
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Geen driepartijenovereenkomst met garantie nieuwe cateraar per 22 december 2011
In deze zaak stond centraal of Eurest, SEB en FTD begin december 2011 een driepartijenovereenkomst zijn aangegaan met een garantie van SEB dat zij per 22 december 2011 een nieuwe cateraar zou contracteren en dat de huurovereenkomst tussen SEB en Eurest per die datum zou eindigen. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Eurest af, wat het hof in hoger beroep bekrachtigde.
Het hof baseerde zich op de e-mailwisselingen en conference call van eind november en begin december 2011. Hoewel er afspraken werden besproken, ontbrak een duidelijke bevestiging of binding van SEB over de garantie. SEB gaf aan haar uiterste best te doen een nieuwe cateraar te vinden, maar kon geen garanties geven. Ook was geen 'binding agreement' opgesteld na de e-mail van 2 december 2011.
Verder was onduidelijkheid over de bevoegdheid van de betrokkenen en waren er nog openstaande punten zoals het overnamebedrag van de installaties. Het hof oordeelde dat Eurest niet redelijkerwijs mocht vertrouwen op het bestaan van een bindende overeenkomst met de door haar gestelde garantie.
De grieven van Eurest werden afgewezen en het hof veroordeelde Eurest in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van Eurest af wegens ontbreken van een bindende driepartijenovereenkomst met garantie van SEB.