ECLI:NL:GHARL:2013:BZ6432
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rectificatie procespartij toegestaan ondanks faillissement zonder benadeling tegenpartij
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de juiste rechtspersoon als eisende partij in de dagvaarding was vermeld. De dagvaarding noemde abusievelijk de aandeelhouder als eiser, terwijl de contractuele partij een gefailleerde vennootschap was. Het hof oordeelde dat sprake was van een kennelijke vergissing die rectificeerbaar is, omdat de wederpartij BioMCH redelijkerwijs moest begrijpen dat de vordering van de gefailleerde vennootschap afkomstig was.
BioMCH voerde aan dat rectificatie niet mogelijk was vanwege het faillissement van de vennootschap en dat zij hierdoor benadeeld werd, onder meer omdat de vordering in reconventie niet meer kon worden ingesteld. Het hof verwierp deze bezwaren, stellende dat de faillissementssituatie ook zonder rectificatie zou hebben gegolden en dat de curator de vordering kon cederen, waardoor de rechtspositie van BioMCH niet werd geschaad.
Verder oordeelde het hof dat BioMCH haar verweermiddelen, zoals verrekening, kon blijven gebruiken ondanks de cessie van de vordering. De vordering in reconventie werd terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze na faillissement was ingesteld. Het hoger beroep van BioMCH faalde en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Gelderland voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof staat rectificatie van de procespartij toe ondanks faillissement en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.