ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5601
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schending concurrentiebeding door aandeelhouder leidt tot aansprakelijkheid en schadevergoeding
In deze civiele zaak ging het om de vraag of het concurrentiebeding uit een aandeelhoudersovereenkomst ook privé gold voor de geïntimeerde, die directeur/eigenaar was van een BV en tevens aandeelhouder van de appellant. Het hof concludeerde dat het concurrentiebeding ruim was geformuleerd en ook privé van toepassing was, ondanks dat in de overeenkomst een boetebeding niet expliciet op de privé-persoon was gericht.
Verschillende getuigen, waaronder mededirecteuren en betrokken adviseurs, werden gehoord. Zij verklaarden dat het de bedoeling was dat partijen elkaar privé geen concurrentie zouden aandoen, hoewel de juridische formulering van het boetebeding een omissie bevatte. De geïntimeerde trad in dienst bij een concurrerend bedrijf en ontplooide daar activiteiten die het concurrentiebeding schonden.
Het hof verwierp het verweer dat het beding niet privé zou gelden en dat er geen verzuim was omdat geen ingebrekestelling had plaatsgevonden. Op grond van artikel 6:83 BW Pro trad verzuim van rechtswege in bij overtreding van het concurrentiebeding. De appellant werd toegelaten tot bewijs van schade, waarna het hof verwees naar een schadestaatprocedure om de omvang van de schade nader vast te stellen.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd, de geïntimeerde werd veroordeeld tot schadevergoeding aan de appellant en de kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Dit arrest bevestigt de mogelijkheid om een aandeelhouder persoonlijk aansprakelijk te stellen voor schending van een concurrentiebeding in een aandeelhoudersovereenkomst, ook bij een omissie in het boetebeding.
Uitkomst: Geïntimeerde 2 schond het concurrentiebeding privé en werd veroordeeld tot schadevergoeding aan appellant.