ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5188
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling merkbare mededingingsbeperking door opzegging dealerovereenkomst Batavus
In deze zaak gaat het om de vraag of de opzegging door Batavus van de dealerovereenkomst met Vriend op 27 april 2001 een merkbare beperking van de mededinging op de Nederlandse fietsenmarkt heeft veroorzaakt. Het hof beoordeelt dit na verwijzing door de Hoge Raad, waarbij het arrest van het Hof van Justitie EU in de Expedia-zaak een belangrijke rol speelt bij de interpretatie van het merkbaarheidsvereiste.
Het hof stelt vast dat de relevante markt de productie en verkoop van fietsen in Nederland betreft. Vriend heeft voldoende gesteld dat Batavus, al dan niet via de Accell-groep, een aanzienlijk marktaandeel had en marktleider was. Ook Vriend had een betekenisvolle positie, onder meer door haar internetverkoop die door concurrenten als een bedreiging werd ervaren. De gedraging van Batavus was geschikt om de concurrentie te beperken, mede doordat de opzegging de prijsconcurrentie tussen distributeurs beperkte.
Batavus heeft aangevoerd dat haar handelen gericht was op het bestrijden van het free rider effect en dat de verticale prijsbinding de concurrentie op andere parameters juist in stand hield. Dit verweer faalt omdat de Europese Commissie verticale prijsbinding plaatst onder artikel 101, lid 3 VWEU, en Batavus niet heeft aangetoond dat aan de voorwaarden daarvan is voldaan.
Het hof concludeert dat de opzegging een merkbare mededingingsbeperking vormt, dat deze gedraging in strijd is met artikel 6, lid 1 Mededingingswet en op grond van lid 2 nietig is. Het vonnis van de rechtbank Leeuwarden wordt bekrachtigd en Batavus wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de opzegging door Batavus een merkbare mededingingsbeperking vormt en veroordeelt Batavus in de proceskosten.