ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4795
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor overeenkomst van geldlening tussen partijen
In deze civiele zaak vordert appellant betaling van een geldbedrag van geïntimeerde, stellende dat hij geldleningen heeft verstrekt en betalingen voor de huwelijksgemeenschap van geïntimeerde en diens ex-partner heeft gedaan. De rechtbank had de vordering reeds afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Appellant voert in hoger beroep aan dat hij sinds 1994 diverse geldbedragen heeft geleend aan de huwelijksgemeenschap en dat er een terugbetalingsverplichting is overeengekomen. Hij overlegt een handgeschreven overzicht en bankafschriften ter onderbouwing.
Het hof stelt vast dat de stukken niet overeenstemmen en dat er veelal ontbreekt aan concrete omschrijvingen en bewijs van het doel en de omvang van de betalingen. Het bewijsaanbod wordt gepasseerd omdat onvoldoende feiten zijn gesteld die tot toewijzing kunnen leiden.
Daarom bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.