ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4777
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitleg architectenovereenkomst en opeisbaarheid facturen
In deze civiele procedure staat de uitleg van een overeenkomst tussen een projectontwikkelaar en een architectenbureau centraal. De kern van het geschil betreft de vraag of de architect gehouden was om bestek- en bouwvoorbereidingstekeningen te maken of slechts de tekeningen van een derde partij te controleren. De rechtbank had de vordering van de architect tot betaling van de laatste twee facturen afgewezen omdat zij onvoldoende had onderbouwd dat zij slechts tot controle was gehouden.
Het hof oordeelt dat de primaire grondslag van de vordering, dat de architect slechts hoefde te controleren, nader bewijs verdient en dat de architect daartoe alsnog gelegenheid moet krijgen. De subsidiaire grondslag, dat de architect de tekeningen wel had moeten maken maar niet heeft gedaan, leidt niet tot toewijzing omdat de vordering niet opeisbaar is gesteld en onvoldoende onderbouwd is. Ook is niet gebleken van een geldige ingebrekestelling of fatale termijn.
Verder oordeelt het hof dat partijen hun geschil niet hebben geschikt en dat de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling in overeenstemming met dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nader bewijs over de verplichtingen van de architect, waarbij de vordering niet toewijsbaar is wegens onvoldoende stelplicht over opeisbaarheid.