ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2598
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Steeg
- F.J.P. Lock
- K.F. Haak
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en vergoeding van stilligschade na aanvaring binnenvaartschip
Op 14 juli 2008 vond een aanvaring plaats tussen het binnenvaartschip 'Con Amore' van [X] en het motorvrachtschip 'Zonga' van [Y], waarbij het achterschip van de 'Con Amore' beschadigd raakte. De reparaties werden uitgevoerd van 2 tot en met 9 september 2008. Partijen zijn het eens over de aansprakelijkheid van [Y] voor de directe schade, maar verschillen van mening over de vergoeding van de stilligschade wegens tijdverlies.
De rechtbank wees de vordering van [X] tot vergoeding van stilligschade af, stellende dat de reparaties uitgesteld hadden kunnen worden tot een onderhoudsperiode of een opbrengstloze periode. Het hof stelt dat de herstelwerkzaamheden binnen redelijke grenzen op een door [X] gekozen moment mogen plaatsvinden, waarbij rekening gehouden moet worden met de aard van de schade, de staat van het schip en de mogelijkheid tot uitstel.
Het hof oordeelt dat van [X] redelijkerwijs verlangd mocht worden de reparatie uit te stellen als zij kon voorzien dat er binnen redelijke termijn een andere gelegenheid zou zijn. Gezien de omstandigheden en het feit dat het schip niet onbruikbaar was, was direct herstel niet noodzakelijk. [Y] kon niet aantonen dat [X] een stilligperiode in de winter van 2008/2009 redelijkerwijs had kunnen voorzien.
De omvang van de stilligschade wordt nog nader onderzocht, waarbij het hof een deskundige wil benoemen om de schadebegroting te beoordelen. Tevens wordt een comparitie van partijen gelast om te bezien of een minnelijke regeling mogelijk is. De wettelijke rente over de schadevergoeding is verschuldigd vanaf het moment van opeisbaarheid.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de aansprakelijke partij ook de stilligschade moet vergoeden, maar de omvang van de schade wordt nader onderzocht.