ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1873
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige met PDD-NOS voor één jaar
De vader is het recht op omgang met zijn minderjarige kind, bij wie de diagnose PDD-NOS is gesteld, voor de duur van één jaar ontzegd. Dit volgt uit een beschikking van de rechtbank die het hof heeft bekrachtigd in hoger beroep.
De omgangsregeling was aanvankelijk geregeld, maar sinds september 2011 vindt geen omgang meer plaats. De moeder verzocht de omgang te schorsen of te ontzeggen vanwege de problematiek van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om de omgang met het kind voor een jaar te schorsen en de omgang met het andere kind via een omgangscentrum te laten verlopen.
Tijdens het onderzoek bleek dat het kind ernstige sociaal-emotionele problemen heeft, waaronder dwanghandelingen en angsten, en zich niet openstelt voor omgang met de vader. De vader heeft tot de zitting in hoger beroep geen aantoonbare stappen ondernomen om de belevingswereld van het kind te begrijpen of zijn houding te veranderen.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind voorop staat en dat omgang onder de huidige omstandigheden schadelijk is. De vader moet eerst begeleiding zoeken en inzicht krijgen in de problematiek van het kind voordat omgang kan worden heroverwogen. De ontzegging wordt daarom gehandhaafd voor de duur van één jaar.
Uitkomst: De ontzegging van het omgangsrecht van de vader met zijn kind met PDD-NOS wordt voor één jaar bekrachtigd.