ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0267
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag en vergrijpboete inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende, werkzaam als belegger en acquisiteur van onroerend goed, kreeg een navorderingsaanslag IB/PVV 2003 opgelegd met een vergrijpboete wegens niet aangegeven inkomsten uit overige werkzaamheden. De rechtbank had de navordering en boete verminderd, maar het hof vernietigt deze uitspraak en stelt de aanslag en boete opnieuw vast, zij het verminderd.
Het hof oordeelt dat belanghebbende te kwader trouw heeft gehandeld door inkomsten uit werkzaamheden voor A bv en I Vastgoed bv niet aan te geven, deze inkomsten werden via G bv administratief als aflossing van een schuldvordering geboekt, maar dit ontbeerde reële grond. De Inspecteur mocht navorderen op grond van een nieuw feit uit een strafrechtelijk onderzoek.
De boete van 100% is gematigd tot 85% wegens termijnoverschrijding, maar verder passend geacht. Het hof wijst het beroep van belanghebbende af dat hij een pleitbaar standpunt had en dat de Inspecteur artikel 67k AWR niet naleefde. De proceskosten en griffierecht worden aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, boete en heffingsrente worden verminderd en het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard.