ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0219
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.P. den Hollander
- I.A. Vermeulen
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid en belang van het kind
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 januari 2013 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 juni 2012, waarbij de vader en moeder ontheven werden van het gezag over hun minderjarige kind met het Syndroom van Down. De rechtbank had Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd, uitgevoerd door WSJ.
De vader was tegen deze beschikking in beroep gegaan, maar het hof beperkte het appel tot het deel dat ziet op de ontheffing van de vader van het gezag. Het kind woont sinds 1997 op vrijwillige basis in een pleeggezin en staat sinds 2000 onder toezicht van BJZ met een machtiging tot uithuisplaatsing. De vader was niet bereid samen te werken met WSJ en er was geen perspectief op terugkeer van het kind naar huis.
Het hof oordeelde dat de vader ongeschikt of onmachtig is zijn opvoedingsplicht te vervullen en dat het belang van het kind bij stabiliteit en duidelijkheid prevaleert boven het belang van de vader bij behoud van het gezag. De ontheffing is gerechtvaardigd ondanks het verzet van de vader, omdat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende zijn om de ontwikkelingsbedreiging af te wenden.
De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd voor zover de vader is ontheven van het gezag over het kind. Dit biedt het kind duidelijkheid over zijn verblijf en voorkomt onnodige belasting van het contact met de vader.
Uitkomst: De ontheffing van de vader van het gezag over het kind wordt bekrachtigd vanwege ongeschiktheid en het belang van het kind bij stabiliteit.