ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0168
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- I.A. Vermeulen
- A.W. Beversluis
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige kinderen na wegvoering naar Duitsland
De ouders zijn in hoger beroep gegaan tegen de beschikkingen van de rechtbank Groningen van 23 juli 2012 en 21 september 2012, waarin de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van hun drie minderjarige kinderen werd geregeld. Het hof verwijst naar eerdere procedures waarin de ondertoezichtstelling reeds was bekrachtigd tot 25 februari 2013.
De kern van het geschil betreft de uithuisplaatsing, waarbij de ouders de kinderen tijdens begeleide omgang aan het toezicht van gezinsvoogden hebben onttrokken en naar Duitsland hebben meegevoerd, waar zij ondergedoken leven. De ouders stelden dat BJZ de kinderen ernstig had beschadigd en lichamelijk verwaarloosd, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd en verworpen door het hof.
Het hof oordeelt dat de situatie thuis onveilig is vanwege ernstige relatieproblemen en geweld tussen de ouders, wat de ontwikkeling van de kinderen bedreigt. Door het verbergen van de kinderen wordt het zicht op hun welzijn en verzorging ernstig belemmerd. Gezien deze omstandigheden is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing terecht.
Er is een patstelling ontstaan doordat de raad de kinderen wil opsporen en terugbrengen, terwijl de ouders volharden in het verbergen van de verblijfplaats. Het hof benadrukt dat deze patstelling in het belang van de kinderen doorbroken moet worden om rust en redelijkheid te creëren, waarna de opvoedingssituatie opnieuw beoordeeld kan worden.
De beschikkingen van 23 juli en 21 september 2012 worden bekrachtigd en zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het beroep van de ouders af.