ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0101
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenvergoeding rechtsbijstand bij bezwaar WOZ-waarde en aanslag
Het geschil betreft de ontvankelijkheid van het beroep tegen de uitspraak op bezwaar inzake de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting, en de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die belanghebbende heeft moeten maken.
De rechtbank had het beroep ontvankelijk verklaard en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in en betwistte onder meer het bestaan van een belang bij het beroep en de juistheid van de toegepaste wegingsfactor bij de kostenvergoeding.
Het hof oordeelt dat belanghebbende wel degelijk belang had bij het beroep en dat de rechtbank terecht het beroep ontvankelijk heeft verklaard. Tevens is vastgesteld dat de rechtsbijstand op basis van een no cure no pay-afspraak is verleend, waarbij vergoeding pas verschuldigd is als de kosten worden toegekend. Dit staat niet aan vergoeding in de weg. De door de heffingsambtenaar gehanteerde beleidsregel voor wegingsfactoren is niet in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht en wordt buiten toepassing gelaten.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontvankelijkheid van het beroep en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand.