ECLI:NL:GHARL:2013:BY9436
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- J. van de Merwe
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Kantoor in bedrijfsverzamelgebouw geen zelfstandig WOZ-object
De zaak betreft een geschil over de waardering van een kantoorruimte in een bedrijfsverzamelgebouw voor de Wet WOZ en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). De gemeente had de waarde vastgesteld en de aanslag opgelegd, maar belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze aanslag. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de WOZ-beschikking en de aanslag.
De gemeente stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof oordeelde dat voor het bestaan van een zelfstandig WOZ-object vereist is dat het gedeelte afsluitbaar is en over essentiële voorzieningen zoals een toilet beschikt. Het kantoor bestond uit één afsluitbare kamer zonder eigen toilet of water, waardoor het niet als zelfstandig gedeelte kon worden aangemerkt.
Het hof verwierp het argument van de gemeente dat de toerekening van gemeenschappelijke voorzieningen aan het kantoor voldoende was. De aanwezigheid van voorzieningen elders in het gebouw maakt het kantoor niet zelfstandig, omdat de gebruiker daarvan meer dan bijkomstig afhankelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en het kantoor is geen zelfstandig WOZ-object.