ECLI:NL:GHARL:2013:BY9333
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling lijfrenteverplichting na tijdige storting koopsom
Appellant sloot op 22 juli 1998 een lijfrenteovereenkomst met de vennootschap, waarbij hij een koopsom van f 75.000,-- uiterlijk 30 juni 1999 moest storten. De vennootschap werd later Noorderlandwonen B.V. Appellant bracht zijn onderneming in als volstorting van aandelen, waarbij een lijfrenteverplichting werd opgenomen als voorziening in de balans.
Noorderlandwonen weigerde de lijfrente uit te keren met het argument dat appellant niet tijdig aan de stortingsverplichting had voldaan. De rechtbank wees de vorderingen van appellant af. In hoger beroep stelde het hof vast dat appellant door inbreng van zijn onderneming op 22 juli 1998 aan zijn stortingsverplichting had voldaan, waarbij de lijfrenteverplichting als voorziening in de balans was opgenomen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Noorderlandwonen tot betaling van de driemaandelijkse lijfrente-uitkeringen vanaf 1 april 2010, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval Noorderlandwonen niet binnen veertien dagen na betekening van het arrest zou betalen.
Uitkomst: Noorderlandwonen wordt veroordeeld tot betaling van de lijfrente inclusief rente en incassokosten wegens tijdige storting door appellant.