ECLI:NL:GHARL:2013:BY8110
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep faillissementspauliana: wetenschap van benadeling en bewijslast curator
In deze civiele procedure staat centraal of de curator terecht een overeenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde] heeft vernietigd op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro (Fw) wegens wetenschap van benadeling. De curator stelt dat [geïntimeerde] in financiële nood verkeerde en dat [appellante] hiervan op de hoogte was, waardoor de verkoop van inventaris en verrekening van huurachterstanden de gezamenlijke schuldeisers benadeelde.
De rechtbank heeft de vordering van de curator toegewezen, maar in hoger beroep is de vraag of bij het sluiten van de overeenkomst het faillissement en het tekort daarin met redelijke waarschijnlijkheid waren te voorzien door [appellante]. Het hof benadrukt dat de curator de bewijslast draagt om dit aan te tonen. Het beroep op het bewijsvermoeden van artikel 43 lid 1 Fw Pro faalt wegens gebrek aan concrete taxatie van de inventariswaarde.
Verder oordeelt het hof dat onvoldoende is gebleken dat [appellante] wist van een niet-opeisbare schuld van een derde partij die ten laste van de opbrengst werd voldaan. De curator krijgt gelegenheid tot bewijslevering over de wetenschap van benadeling. Indien de curator hierin faalt, zal het hof de subsidiaire grondslag van artikel 54 Fw Pro beoordelen.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing. Het hof bevestigt dat de curator optreedt als bewindvoerder na omzetting van het faillissement in schuldsanering en dat dit geen gevolgen heeft voor zijn bevoegdheid. De uitspraak onderstreept de strenge eisen aan de curator om wetenschap van benadeling aan te tonen bij vernietiging van rechtshandelingen.
Uitkomst: Het hof staat de curator toe bewijs te leveren over wetenschap van benadeling en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.