Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Nederland over de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen na ontbinding van het huwelijk op 24 april 2013.
De vrouw vordert een bijdrage van €330,53 per kind per maand, gebaseerd op de nieuwe alimentatienormen per 1 april 2013. De man ontvangt een ziektewetuitkering en betwist draagkracht. Het hof stelt vast dat de man 100% arbeidsongeschikt is en onvoldoende bewijs is geleverd voor aanvullende inkomsten of verdiencapaciteit.
De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €282,53 per kind per maand na aftrek van het kindgebonden budget. De draagkracht van de man wordt berekend op €99 per maand, rekening houdend met zijn netto besteedbaar inkomen en forfaitaire lasten.
De zorgkorting wordt vastgesteld op 20% vanwege de omgangsregeling. Het tekort aan draagkracht is groter dan de zorgkorting, waardoor deze niet op de draagkracht in mindering wordt gebracht.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover nodig en bepaalt dat de man vanaf 24 april 2013 €99 per maand als bijdrage betaalt, met afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: De man moet vanaf 24 april 2013 €99 per maand betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.