Uitspraak
Van Lanschot,
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond een rekening-courantovereenkomst tussen Van Lanschot Bankiers N.V. en een cliënt centraal, waarbij een debetsaldo van ruim €16.000,- niet was aangezuiverd. De rechtbank had de vordering van de bank afgewezen op grond van toepassing van titel 2A Boek 7 BW en de Wet op het consumentenkrediet (Wck), omdat onvoldoende was gesteld over de naleving van dwingende wettelijke regels.
Het hof oordeelde dat de rekening-courantovereenkomst vóór 25 mei 2011 was gesloten en dat slechts enkele artikelen van titel 2A van toepassing zijn op dergelijke bestaande overeenkomsten. Het hof stelde vast dat geen sprake was van een stilzwijgend aanvaarde debetstand in de zin van artikel 7:57 BW Pro noch van een krediettransactie in de zin van de Wck, omdat Van Lanschot tijdig en adequaat had gehandeld door de debetstand expliciet aan te merken als wanprestatie, ingebrekestelling te sturen en incasso te starten.
Daarnaast wees het hof het verweer van de cliënt af dat Van Lanschot tekortgeschoten zou zijn door het niet aanstellen van een wettelijke vertegenwoordiger voor een Arubaanse vennootschap, omdat onvoldoende bewijs was geleverd en geen ingebrekestelling had plaatsgevonden. De bank werd veroordeeld tot betaling van het debetsaldo vermeerderd met wettelijke rente vanaf 9 april 2009, terwijl de gevorderde contractuele rente en incassokosten grotendeels werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van Van Lanschot toe, veroordeelde de cliënt in de proceskosten van beide instanties en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de cliënt tot betaling van €16.266,65 met wettelijke rente vanaf 9 april 2009 en in de proceskosten.