De terbeschikkinggestelde was veroordeeld voor verkrachting door middel van een tongzoen en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De rechtbank had de terbeschikkingstelling verlengd met één jaar en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging afgewezen. Tegen deze beslissing is hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en de terbeschikkinggestelde gehoord. De verdediging stelde dat de terbeschikkingstelling te lang duurt en dat de veranderde jurisprudentie de ernst van het indexdelict vermindert, waardoor proportionaliteit zwaarder moet wegen. De terbeschikkinggestelde is bereid voorwaarden van de reclassering te accepteren maar toont beperkte motivatie voor ambulante behandeling.
Het openbaar ministerie benadrukte de blijvende problematiek en het recidivegevaar, waardoor voortzetting van de dwangverpleging noodzakelijk is. Het hof oordeelt dat de verlenging proportioneel is, mede gelet op de ernst van de stoornis en het recidivegevaar. Het verzoek om deskundigen te horen wordt afgewezen. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en benadrukt dat in de toekomst gewerkt moet worden aan een mogelijke voorwaardelijke beëindiging met concrete voorwaarden en begeleiding.