Uitspraak
de moeder,
de vader,
1.Bureau Jeugdzorg Overijssel,
BJZ Overijssel.
2.[de pleegouders],
de pleegouders.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over het hoofdverblijf en de zorgregeling van een minderjarige na een uithuisplaatsing. De rechtbank had eerder bepaald dat het hoofdverblijf bij de vader zou zijn, waarbij de zorgregeling werd overgelaten aan Bureau Jeugdzorg Overijssel (BJZ).
De moeder ging in hoger beroep en verzocht om het hoofdverblijf bij haar te bepalen en een specifieke omgangsregeling vast te stellen. Het hof heeft het verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De moeder weigerde mee te werken aan opvoedingsondersteuning, terwijl de vader hieraan wel voldeed en zijn problematiek onder controle heeft.
Het hof vernietigde het deel van de beschikking dat de zorgregeling aan BJZ overliet en stelde een minimale zorgregeling vast: eenmaal per maand een weekend bij de moeder, van vrijdagmiddag na school tot zondagmiddag 16.00 uur. Het hof acht het in het belang van het kind dat er duidelijkheid bestaat over het hoofdverblijf en de zorgregeling, met het oog op de ontwikkelingsbehoeften en het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarige blijft bij de vader en er wordt een minimale zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige eenmaal per maand een weekend bij de moeder verblijft.