Uitspraak
[appellante], dan wel
de curator,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal welke vergoeding passend is bij kennelijk onredelijk ontslag van een arbeidsongeschikte werknemer. De werknemer was sinds 1977 in dienst en door een fietsongeval en aangeboren afwijking blijvend beperkt in zijn werkvermogen. Ondanks aanpassing van zijn werkzaamheden en arbeidsduur, werd zijn arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd zonder vergoeding.
De werknemer vorderde een vergoeding van ruim €12.700,- op grond van de kantonrechtersformule, verwijzend naar zijn geringe kansen op de arbeidsmarkt, leeftijd, arbeidsongeschiktheid en het verlies aan pensioenopbouw. De kantonrechter kende hem €7.500,- toe. Het hof bevestigde dit oordeel en wees de grieven van de curator af.
Het hof overwoog dat het ontslag binnen de risicosfeer van de werkgever viel en dat het arbeidsmarktperspectief van de werknemer zeer beperkt was. De werkgever had een bijzondere zorgplicht jegens de arbeidsongeschikte werknemer, maar had nagelaten hem naar ander werk te begeleiden. De financiële situatie van de werkgever rechtvaardigde geen vrijstelling van deze zorgplicht. Gezien de omstandigheden achtte het hof de toegekende vergoeding billijk.
De procedure in incidenteel appel werd geschorst en het hof veroordeelde de curator in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest werd op 3 september 2013 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof bevestigt een billijke vergoeding van €7.500,- wegens kennelijk onredelijk ontslag.