Uitspraak
[appellant],
de man,
[geïntimeerde],
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de verdeling van de voormalige echtelijke woning centraal, inclusief de hypothecaire lening bij de Friesland bank en de overbedeling van de man aan de vrouw. De rechtbank had eerder bepaald dat de man de woning en de lening toegewezen kreeg en dat hij de vrouw moest ontslaan van hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit werd door het hof vernietigd omdat de Friesland bank niet bereid was de vrouw te ontslaan en de man onvoldoende had onderbouwd dat dit aan haar te wijten was.
De vrouw verzocht het hof haar op grond van artikel 3:174 BW Pro te machtigen tot tegeldemaking van de woning, waarmee zij zelfstandig over de verkoop kan beschikken zonder medewerking van de man. Tevens vroeg zij om ontruiming van de woning door de man bij levering aan een derde. Het hof oordeelde dat het onredelijk is om de onverdeeldheid langer te laten voortduren en verleende de machtiging en ontruimingsbevel.
Het hof wijzigde de overbedeling van de man aan de vrouw van €10.694,77 naar €2.194,77 en compenseerde de kosten van het hoger beroep zodanig dat elke partij haar eigen kosten draagt. Hiermee werd de beschikking van de rechtbank gedeeltelijk vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Uitkomst: Het hof machtigt de vrouw tot tegeldemaking van de voormalige echtelijke woning, wijzigt de overbedeling en bepaalt dat de man de woning ontruimd moet opleveren.