Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[eerste naam] B.V., thans:
[huidige naam] B.V.
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
3.Slotsom
€ 393,77
€ 1.353,77
€ 725,31
€ 1.989,31
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld door vrijwel de gehele resterende veilingopbrengst van bedrijfsvoorraden en inventaris aan zijn vader uit te betalen, terwijl duidelijk was dat de bedrijfsactiviteiten beëindigd werden en andere schuldeisers onbetaald zouden blijven.
Het hof stelde vast dat de betaling aan de vader van geïntimeerde een selectieve betaling was die de belangen van andere schuldeisers, waaronder appellante, schaadde. Geïntimeerde kon niet aannemelijk maken dat de schuld aan zijn vader daadwerkelijk bestond in de opgegeven omvang. Appellante stelde schade gelijk aan haar onbetaalde declaraties, maar het hof beperkte de schadevergoeding tot het aandeel dat zij redelijkerwijs in een faillissement zou hebben ontvangen.
Het hof begrootte de schade op €1.738,65 en wees de wettelijke rente toe vanaf 15 april 2010. Vergoedingen voor incassokosten en handelsrente werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een handelsovereenkomst. Geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Geïntimeerde is aansprakelijk voor onrechtmatige selectieve betaling en veroordeeld tot schadevergoeding van €1.738,65 plus wettelijke rente.