ECLI:NL:GHARL:2013:5856
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over de kwalificatie van overeenkomst als arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht
In deze zaak stond centraal of de relatie tussen appellant en ProRail gekwalificeerd moest worden als een arbeidsovereenkomst of als een overeenkomst van opdracht. Appellant stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, terwijl ProRail stelde dat het een overeenkomst van opdracht betrof.
Het hof heeft de feiten en de inhoud van de overeenkomst onderzocht, waarbij werd meegewogen wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen hadden en hoe zij deze feitelijk hebben uitgevoerd. De overeenkomst was door ProRail opgesteld en aangeduid als detacheringsovereenkomst van inhuurkrachten, met betaling op basis van declaraties van appellant's eenmanszaak. Er was geen sprake van loonbetaling, secundaire arbeidsvoorwaarden of inhouding van loonbelasting door ProRail.
Het hof concludeerde dat beide partijen een overeenkomst van opdracht voor ogen hadden en dat de feitelijke uitvoering daarvan deze kwalificatie bevestigde. Het vermoeden van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:610a BW werd door ProRail voldoende weerlegd. Het hoger beroep van appellant werd daarom verworpen en het vonnis van de kantonrechter van 2 november 2011 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en het vonnis van 2 november 2011 wordt bekrachtigd.