Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
Interwerk,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de appellante het relatiebeding uit de vaststellingsovereenkomst van 29 april 2008 had overtreden door werkzaamheden te verrichten voor de gemeente X. Het hof bevestigde dat het relatiebeding was geschonden, maar stelde vast dat het boetebeding uit de Algemene Arbeidsvoorwaarden Medewerkers Interwerk niet van toepassing was.
Interwerk vorderde vervolgens subsidiair boetebedragen op grond van deze arbeidsvoorwaarden, maar kon deze niet voldoende onderbouwen. Het hof wees de gevorderde boetebedragen daarom af. Het procesverloop kenmerkte zich door diverse procedurele stappen, waaronder het weigeren van nadere producties door de appellante en een wrakingsverzoek tegen een rolraadsheer.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter voor zover het in conventie was gewezen en bekrachtigde het voor zover in reconventie. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Een verzoek tot restitutie van reeds betaalde bedragen werd niet toegewezen wegens gebrek aan vordering.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het relatiebeding is overtreden, wijst de gevorderde boetebedragen af en compenseert de proceskosten.