Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verweerder 1]en
[verweerster 1],
Johan Eugenius Meijsen
[verweerster 2],
[verweerster 3],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
(…)”
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vordering tot vernietiging centraal van een besluit van 21 december 2010 waarbij de akte van splitsing van een appartementsgebouw werd gewijzigd. De wijziging betrof de uitsplitsing van kosten in categorieën met bijbehorende breukdelen. KCU c.s., eigenaren van diverse appartementsrechten, stemden tegen en vorderden vernietiging op grond van artikel 5:140b BW.
De rechtbank had de vordering toegewezen en de Vereniging van Eigenaars ging in hoger beroep. Het hof bevestigde dat de wetgever grote bescherming biedt aan individuele appartementseigenaren bij wijziging van de splitsingsakte, waarbij een gekwalificeerde meerderheid vereist is en de rechter slechts kan afwijzen bij limitatieve gronden zoals het ontbreken van schade of het aanbieden van een redelijke schadeloosstelling.
De Vereniging van Eigenaars stelde dat de rechter ook de redelijkheid en billijkheid in acht moest nemen en dat zij een schadeloosstelling had aangeboden, wat het hof verwierp. Er was geen daadwerkelijk aanbod gedaan noch zekerheid gesteld. Ook het argument dat KCU c.s. niet tot overleg bereid was, kon niet verhinderen dat een aanbod werd gedaan.
De vordering van KCU c.s. werd daarmee terecht toegewezen. De Vereniging van Eigenaars werd veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg, principaal en incidenteel beroep. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank uitsluitend voor wat betreft de proceskosten en deed daarin opnieuw recht.
Uitkomst: Het besluit tot wijziging van de splitsingsakte wordt vernietigd wegens het ontbreken van een redelijke schadeloosstelling aan tegenstemmende eigenaren.