ECLI:NL:GHAMS:2026:964
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurprijsindexering en incassokosten bij woningstichting Eigen Haard
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van woningstichting Eigen Haard tegen twee geïntimeerden over huurprijswijzigingen en incassokosten.
Het hof oordeelde in een tussenarrest dat het CPI-indexeringsbeding niet oneerlijk is en dus terecht door Eigen Haard werd gevorderd, terwijl het opslagbeding bovenop de CPI-indexering wel als oneerlijk werd aangemerkt en daarom werd vernietigd. De huurachterstand mocht alleen worden vastgesteld op basis van de CPI-indexering.
Eigen Haard heeft onvoldoende gespecificeerd dat de huurachterstand hoger is dan het door de kantonrechter toegewezen bedrag, waardoor het hof dit deel van het vonnis bekrachtigt. Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat het incassokostenbeding niet oneerlijk is en dat de geïntimeerden €382,63 aan buitengerechtelijke incassokosten moeten betalen, omdat alleen over een deel van de huurachterstand een correcte sommatiebrief is verstuurd.
De vorderingen tot ontbinding en ontruiming zijn ingetrokken en de beslissing over de proceskosten wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door drie rechters en op 7 april 2026 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de geïntimeerden tot betaling van €382,63 aan incassokosten, bekrachtigt het vonnis voor het overige en vernietigt de afwijzing van de CPI-indexering.