Uitspraak
mr. C.F.W.A. Hamm, kantoorhoudende te Rotterdam,
1.[certificaathouder] ,
mr. L.L.M. Prinsenen
mr. C. Lathouwers, beiden kantoorhoudend te Breda,
[enig bestuurder van Mavet] ,
mr. O.J. Hennisen
mr. M.C.J. Jonckers, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. K.E.H. DE KLERK,
DBMC NL B.V., kantoorhoudend te Tilburg,
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van het geding
3.Feiten
non-executive directorvan DBMC. In werkelijkheid had hij geen formele functie als bestuurder of toezichthouder bij DBMC en werkte hij voor DBMC op basis van een overeenkomst van opdracht. In de considerans van een ‘Consultancy-Agreement’ van 3 januari 2022 tussen DBMC en een vennootschap van [certificaathouder] staat dat DBMC “wishes the policy and strategy of its company to be performed by” de vennootschap van [certificaathouder] . Daarin staat verder dat de vennootschap van [certificaathouder] een minimum fee van € 14.000 per maand zal ontvangen, exclusief btw en onkosten.
abus de biens sociaux) en witwassen. Dit vonnis is wat betreft de bewezenverklaringen bekrachtigd bij arrest van het Gerechtshof Luxemburg van 25 november 2020. Bij dit arrest is de straf voor [certificaathouder] verlaagd tot een gevangenisstraf van vier jaar. Het cassatieberoep van [certificaathouder] tegen dit arrest is begin 2022 verworpen.
4.De gronden van de beslissing
Geschäftsführer) van een GmbH kan zijn.
- de considerans van de overeenkomst van opdracht tussen DBMC en (de vennootschap van) [certificaathouder] (zie 3.5);
- de hoogte van de vaste maandelijkse minimum-fee van [certificaathouder] ( [certificaathouder] heeft niet weersproken dat die het dubbele bedroeg van de fee van formele bestuurder [enig bestuurder en aandeelhouder van MTS] );
- de eigen stelling van [certificaathouder] dat zijn beslissing om niet (de uitvoerend) bestuurder van DBMC te worden verband hield met destijds nog lopende procedure in Luxemburg;
- de omstandigheid dat [enig bestuurder en aandeelhouder van MTS] voor de oprichting van DBMC de rechterhand en vertrouwenspersoon van [certificaathouder] was in diens rol van bestuurder van het vergelijkbare bedrijf Multiplan;
- de in 3.20 tot en met 3.22 vermelde verklaringen van Van Loo en [enig bestuurder van Mavet] ;
- de notulen van de vergaderingen van de raad van advies, waarin de naam van [certificaathouder] staat vermeld onder de aanwezigen namens DBMC respectievelijk onder “Senior Management Team van DBMC”;
- dat [certificaathouder] zich regelmatig ten onrechte presenteerde als non-executive director van DBMC, bijvoorbeeld tegenover de investeerders, en die titel ook gebruikte onder uitgaande e-mails;
- de verklaring van [enig bestuurder en aandeelhouder van MTS] ter zitting dat [certificaathouder] hem in grote lijnen vertelde wat hij moest doen en dat hij soms werd overruled door [certificaathouder] .