Uitspraak
mr. M.V.R. Grandjean Perrenod Comtesse, kantoorhoudende te Rotterdam,
mr. T.B. Vandeginste, kantoorhoudende te Arnhem.
1.Inleiding
Biomedical Engineering(BME), onderdeel van het domein onderzoek en onderwijs (O&O) van de afdeling Cardiologie. Het besluit tot deze reorganisatie is genomen na een negatief advies van de OR. Volgens de OR heeft Erasmus MC niet in redelijkheid tot dit besluit kunnen komen. De OR beoogt met deze procedure op grond van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) dat het besluit wordt ingetrokken en de gevolgen daarvan ongedaan worden gemaakt. Erasmus MC bestrijdt het betoog van de OR.
2.Het verloop van het geding
3.De feiten
Biomedical Engineering(BME), (iii) Translationele electrofysiologie (TE) en (iv) Cardiovasculaire Epidemiologie (CE). Binnen BME zijn 39 personen werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst met Erasmus MC, waarvan 16 met een vast dienstverband. Daarnaast werken er binnen BME 39 personen onbezoldigd op basis van gastvrijheidsovereenkomsten en stageovereenkomsten.
RvB) aan het toenmalige afdelingshoofd Cardiologie toestemming gegeven voor een tekort in 2021 van € 800.000 onder de voorwaarde dat maatregelen zouden worden getroffen om dat tekort structureel te verkleinen. Op dat moment werd een tekort verwacht van € 1.200.000. Aan de afdeling Cardiologie werd de ruimte geboden om – het overschot aan – verliezen op eigen kracht om te buigen. Ook voor de jaren 2023 en 2024 werd afgesproken dat een tekort niet meer mocht bedragen dan € 800.000. De gerealiseerde O&O-cijfers van Thema Thorax en Afdeling Cardiologie als onderdeel daarvan geven over de jaren 2020-2024 het volgende beeld:
reorganisatieplan). Op 18 november 2024 heeft de RvB een voorgenomen besluit genomen tot reorganisatie van het O&O-segment van de afdeling Cardiologie overeenkomstig het reorganisatieplan.
Voorblad ten behoeve van medezeggenschap en adviesgremia
(…)
1.Rationale
4.De gronden van de beslissing
Bedrijfseconomische noodzaak. Volgens de OR is de bedrijfseconomische oorzaak onvoldoende gebleken. De afdeling Cardiologie als geheel heeft een structureel overschot waarmee het O&O-tekort kan worden opgevangen. Erasmus MC als geheel heeft bovendien een positief resultaat geboekt, terwijl de omzetmarge van Erasmus MC in lijn is met de meerjarenbegroting. Diezelfde meerjarenbegroting geeft geen inzicht in de bezuinigingsopdracht. De OR wijst er verder op dat bij andere O&O-domeinen met grote tekorten niet wordt ingegrepen, terwijl niet inzichtelijk wordt gemaakt waarom de tekorten bij andere O&O-domeinen kennelijk wel acceptabel zijn.
Ongelijke behandeling. Naar eigen zeggen heeft Erasmus MC dertien O&O-afdelingen met een negatief begroot resultaat in 2025 verzocht plannen in te dienen voor een neutrale begroting in 2027. De afdeling Cardiologie moet dat resultaat al per 2026 behalen, waarmee deze afdeling zonder rechtvaardiging ongelijk wordt behandeld, dit terwijl verschillende andere O&O-afdelingen ook al jarenlang verlies maken.
Geen meerjarenverbeterplan/noodzaak tot personeelsreductie.Van de RvB mocht worden verwacht dat hij zorgt voor een goed meerjarenplan met realistische tijdslijnen. In oktober 2022 is volgens de OR afgesproken dat in de eerste helft van 2023 een meerjarenplan zou worden vastgesteld. Afgezien van maatregelen voor het boekjaar 2023 is dit plan nooit opgesteld, terwijl ook de afgesproken evaluatie is uitgebleven.
Onvoldoende inzichtelijk hoe reorganisatie past binnen strategie Erasmus MC. De OR vestigt er de aandacht op dat Erasmus MC zijn strategie iedere vijf jaar vastlegt in een visiedocument. Onder verwijzing naar verschillende passages uit het visiedocument 2024-2048 en uit de onderzoeksstrategie 2023-2029 betoogt de OR dat BME goed past binnen die strategische kaders. De multidisciplinaire onderzoeksgroep BME begeeft zich op het snijvlak van natuurkunde, technologie, biologie en geneeskunde en werkt daarbij samen met TU Delft. De onderzoeksgroep ontwikkelt technologie die inzicht geeft in hart- en vaatziekten en die de diagnose en behandeling ervan verbetert. BME is productief, kwalitatief succesvol en geniet internationaal een uitstekende reputatie, zo betoogt de OR onder overlegging van een groot aantal adhesieverklaringen van onderzoekers uit binnen- en buitenland. Erasmus MC heeft hier niets tegenovergesteld, anders dan dat de opdracht van de RvB financieel van aard is. Volgens de OR is onvoldoende inzichtelijk hoe de reorganisatie past binnen de visie en het strategische beleid van Erasmus MC.
Impactanalyse (belangenafweging) ontbreekt. Volgens de OR is onvoldoende inzichtelijk hoe het besluit zich verhoudt tot het belang van behoud van technologische kennis en innovatiekracht. De opheffing van BME zal wel degelijk gevolgen hebben, intern en voor de samenwerking met TU Delft en andere externe partners. Deze gevolgen zijn onvoldoende meegewogen. Ook wijst de OR op aansprakelijkheids- en reputatierisico’s. De belangen van werknemers zijn onvoldoende meegewogen. Daartoe behoren in het bijzonder die van promovendi die mogelijk niet allen hun onderzoek zullen kunnen voltooien.
Alternatieve scenario’s onvoldoende onderzocht. De OR wijst op het aangedragen alternatief om MBE en EC in afgeslankte vorm samen te voegen (door de OR aangeduid als het fusieplan). Verder wijst de OR op het plan om (een deel van) de reorganisatievoorziening van € 5,4 miljoen te gebruiken om BME om te vormen tot een aparte afdeling met een kleiner budget uit de eerste geldstroom, aangevuld met zelf te genereren gelden (het verzelfstandigingsplan). Beide alternatieven zijn nooit serieus onderzocht, terwijl het verzelfstandigingsplan ten onrechte is beschouwd als de kaasschaafmethode.
Holland Casino).
a,
b,
c, en
daf.
efaalt eveneens.
mindermedewerkers boventallig zullen worden, als wel dat
anderemedewerkers hun positie zullen verliezen. Erasmus MC heeft in redelijkheid kunnen besluiten niet voor deze route te kiezen. Het verzelfstandigingsplan is in het advies niet aan de orde gesteld en kan reeds daarom niet leiden tot gegrondbevinding van het beroep. Daarmee faalt ook beroepsgrond
f.