Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
(…)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over de vaststelling van kinderalimentatie voor hun minderjarige dochter. De vader betwistte de ingangsdatum van de alimentatie en de jaarlijkse indexering, en voerde aan dat een bedrijfsongeval zijn draagkracht aanzienlijk had verminderd.
Het hof oordeelde dat de vader gehouden blijft aan de afgesproken bijdrage uit het ouderschapsplan, inclusief de wettelijke indexering, ook al was de nadere vaststelling in 2021 uitgebleven. De rechtbank had de wijziging van omstandigheden erkend en de alimentatie aangepast met ingang van de datum van het verzoek in 2024.
De vader kon onvoldoende aantonen dat het bedrijfsongeval leidde tot een onherstelbaar inkomensverlies. Het hof stelde de draagkracht vast op basis van het gemiddelde inkomen over drie jaar en hield geen rekening met schulden wegens onvoldoende onderbouwing. De zorgkorting werd vastgesteld op 15% vanwege de zorgregeling.
De alimentatiebedragen werden aangepast en geïndexeerd tot 2026. Het hof bepaalde dat de moeder geen terugbetaling hoeft te doen als zij meer heeft ontvangen dan verschuldigd, gezien de betalingsachterstand van de vader. De bestreden beschikking werd vernietigd en opnieuw vastgesteld conform deze overwegingen.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast met ingang van 1 januari 2021 en wijzigt deze met ingang van 28 februari 2024 op basis van draagkracht en zorgkorting, met indexering tot 2026.